Onlangs werd ik voor het eerst geconfronteerd met Linux-discriminatie in de uiterst frustrerende wereld van de telefonische helpdesk. Ik probeerde een internetverbinding van Ziggo te activeren, maar na vele pogingen bleef netwerkverkeer vanaf de internetprovider uit. Het lokale netwerk was online, de modem toonde een geldig wan ip-adres en verwees naar de relevante dns-servers. Mijn conclusie was dat het probleem niet op locatie lag, maar aan de kant van de provider.
Kennis van zaken zorgt in deze gevallen alleen maar voor meer frustratie, heb ik gemerkt. Bij elke instructie van de helpdeskmedewerker, moest ik eerst doorvragen over wat hij nu eigenlijk van plan was te testen. De inmiddels eveneens geïrriteerde helpdeskmedewerker vroeg me op een gegeven moment welke Windows-versie ik gebruikte. Toen ik zei dat ik geen Windows, maar Ubuntu gebruikte, werd het even stil. “Ooooh, maar dan snap ik het. Dat is toch een soort Linux? Ja, daar leveren we ook geen ondersteuning voor!”
Dat ik hetzelfde probleem had met Windows XP, Windows 7, een Android-smartphone en een iPhone was volgens hem niet relevant. Vervolgens heb ik aan de telefoon met tegenzin de modem herhaaldelijk gereset (handig als je belt via hetzelfde kastje) en het standaard subnet van de router op het thuisnetwerk overgenomen.
Vervolgens kreeg ik nog stap voor stap uitleg over het wijzigen van het wifi-kanaal en de suggestie dat ik misschien de netwerkdrivers moest updaten. Het kostte flink wat overtuigingskracht om deze stappen over te mogen slaan, aangezien het lokale netwerk gewoon online was.
Was er maar een geheim codewoord, waarmee je direct doorverbonden kon worden met iemand die meer meer IT-kennis heeft dan wat er in een belscript staat beschreven... Een week later bleek het inderdaad een administratief probleem te zijn, en alle systemen kwamen ineens probleemloos online. En ja, zelfs op Ubuntu.
Onno Louwen
Hoofdredacteur Linux Magazine
(Dit redactioneel verscheen in Linux Magazine 2 van 2012)







