Als we kijken naar consumentenprogramma’s als Kassa en Radar, dan gaat het vaak over de kleine lettertjes: de rechten van de consumenten de plichten van de verkopende partij. Het blijkt dat de kleine lettertjes vaak niet worden gelezen. Waar het voor producten en diensten al ingewikkeld en vooral ook saai is, vormt software (in de vorm van besturingssystemen, applicaties, apps en cloud apps) het juridische toetje: ellenlange, vele pagina’s tellende voorwaarden, letterlijk in kleine en voor velen onbegrijpelijke lettertjes worden logischerwijze genegeerd. Het grote voordeel van open source is dat niet elk product of iedere tool gebruikmaakt van zijn eigen licentievoorwaarden zoals in de Windows-wereld
– en ook wel in de cloud – het geval is. Er zijn slechts enkele licentievoorwaarden waar de
meeste applicaties zich onder scharen, met als bekendste wel de Apache-, BSD-, MIT- en GNUvoorwaarden. Hoewel ‘enkele’ licentievormen? Er zijn in de loop der tijd wel varianten en
afsplitsingen ontstaan. Het gevolg is dat er inmiddels honderd open source-licenties zijn, die soms slechts in details van elkaar afwijken. Is daarmee licensing en licensing compliance net zo complex geworden als in het andere kamp? Waarschijnlijk niet, omdat open source-licenties zich vooral focussen op wat er met de source code dient te gebeuren. Als je als bedrijf puur werkt met open source, bijvoorbeeld met LibreOffice (zie verderop in dit magazine), dan is er niets aan de hand en heb je er geen werk aan. LibreOffice valt onder de
LGPLv3-licentie en mag vrij worden gebruikt en gekopieerd. Dit is eveneens het geval bij de
meeste andere open source-applicaties. Dus als je geen gekke dingen doet met de source
code van dit soort producten, ben je netjes compliant wat betreft licensing. Je hoeft niets
te registreren, niets te monitoren en niets te rapporteren. Laat ze dat in de commerciële
wereld maar eens nadoen.
Marcel Beelen
Hoofdredacteur Linux Magazine




